Stamboom Meijberg

De stamboom van de familie Meijberg uit Kampen

Aantekeningen


Treffers 351 t/m 400 van 636

      «Vorige «1 ... 4 5 6 7 8 9 10 11 12 ... 13» Volgende»

 #   Aantekeningen   Verbonden met 
351 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Levend (I7740)
 
352 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Levend (I7905)
 
353 Huwelijk met Ruth ten Brinke akte e.d. toevoegen van der Sluis Johanna (I3769)
 
354 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Levend (I132327)
 
355 huwelijkaangifte en afkondigingen toevoegen Schrijver Aaldert Franciskus (I7179)
 
356 Huwelijksakte downloaden Briene Bastiaan (I8346)
 
357 Huwelijksakte downloaden Molhoek Agatha (I8347)
 
358 Huwelijksakte toevoegen van Olst Jan (I3370)
 
359 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Levend (I3374)
 
360 Huwelijksakte toevoegen van Lienen Frederik (I3526)
 
361 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Levend (I12589)
 
362 Huwelijksakte toevoegen Jung Hendrik Jan (I12590)
 
363 IJsselmuiden huwelijksakte 1916-16 0123-13939 Broekhuizen Berend Jan (I7616)
 
364 IJsselmuiden overlijdensakte 1876-15 0123-14043 Brienne Jannes (I6260)
 
365 IJsselmuiden overlijdensakte 1880-20 0123-14043 Brienne Jan (I6273)
 
366 IJsselmuiden overlijdensakte 1897-6 0123-14044 Briene Pietje (I6290)
 
367 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Levend (I7823)
 
368 In de familie Bos aangeduid als "Kleine Jan" van der Veen Jan (I12438)
 
369 In de kolom Aanmerkingen staat: Overgebracht naar het Boven Gasthuis Meijberg Hendrik (I6637)
 
370 In de kolom Aanmerkingen staat: Overgebracht naar het Boven Gasthuis Westerhuijs Judick (I6674)
 
371 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Levend (I10248)
 
372 In de Volkstelling 1748 Heino geregistreerd:
1. Jan Wm. Meiberg
2.
3.
4.Clasina Meiberg en Lammert Hendriks zijnde niet al te kloek en trekt na 's jaars uit de diaconie
5.in huis hebbende zijn moeder Maria Meiberg en een suster Maria Meiberg

Bovenstaande Clasina is waarschijnlijk deze doopinschrijving. Spuria in de betekenis van onecht
1726 Den 10 maart Clasina van Doctor van Hattum spuria aan den Meijberg 
Meijbergh Jan Willem (I5812)
 
373 in een schip in de Bovenhaven Meijberg Jan Willem (I7546)
 
374 in het 2e gesticht der rijkswerkinrichtingen Meijberg Jan Willem (I7157)
 
375 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Levend (I12242)
 
376 In het huis staande alhier te Bloemendaal genaamd Meerenberg.. Meijberg Willemina (I7222)
 
377 In het huis van haar opa, Lucas Reijnders van der Gronden Reijntien (I6747)
 
378 In het Parool op de website Delpher staat een BS bericht. https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ABCDDD:010840413:mpeg21:a0214 Bos Hendrikje (I12468)
 
379 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Levend (I12719)
 
380 In naam des Konings!
De Arrondissements regtbank zitting houdende te Zwolle, Hoofdplaats van de provincie Overijssel, (Correctionele Teregtzitting).
in zake van:
Den Heer Officier van Justitie bij dezelve R. O. Eischer:
tegen
Jan Willem Meijberg, oud 56 jaren van beroep trijpwever geboren te Kampen.
Willemina Baron, huisvrouw van Jan Willem Meijberg, oud 55 jaren, zonder beroep geboren te IJsselmuiden. en
Hein Meijberg oud 15 jaren zonder beroep, geboren te Kampen.
Alle wonende te Kampen.
Beklaagden ter zake van op den tweeentwintigsten februarij laatstleden, in de woning van eerstgenoemde te Kampen, moedwillig slagen en mishanbdelingen te hebben toegebragt aan Hermina Stal vrouw van Piet Meijberg.
blijkens acte van dagvaarding den achtsten maart daaraanvolgende aan hen beteekend.
GEHOORD de voordragt door den Heer Substituut Officier van de zaak gedaan.
GEHOORD de voorlezing van het procesverbaal, op den drieentwintigsten februarij laatstleden, ter dezer zake opgemaakt door den Commissaris van Policie te Kampen.
GEHOORD de mondelinge verklaringen der getuigen, door den Heer Eischer R.O. voorgebragt.
GEHOORD de beklaagden in hunne op deze depositien gegevene antwoorden.
GEHOORD het resumé van den Heer Substituut Officier, en gelet op deszelfs requisitoir, ter tafel overgelegd, strekkende daartoe, dat de beklaagden zullen worden schuldig verklaard aan het hun ten laste gelegde wanbedrijf en ter dier zake op grond van artikel 311 (1lid) art. 66, 67 en 69 van het wetboek van strafregt, veroordeeld de beide eersten ieder tot een gevangenisstraf voor den tijd van ééne maand en in eene geldboete van acht gulden en de laatste tot eene gevangenisstraf voor den tijd van acht dagen zoomede beide solidair in de boete en in de kosten van dit regtsgeding, des noods invorderbaar bij lijfsdwang.
Gehoord de door de beklaagden ingebragte verdediging.
Overwegende dat het uit de onbeedigde verklaring van de klaagster is gebleken dat zij op den tweeentwintigsten februarij laatstleden, zich naar de wonig van haar schoonouders, de beide eerste beklaagden te Kampen heeft begeven, bij welke haar man die de gemeenschappelijke woning verlaten had, zijn intrek had genomen, en dat na eenige woordenwisseling, gemelde hare schoonouders zoomede haar schoonbroeder de derde beklaagde, haar aldaar hebben aangevallen, geslagen en mishandeld en vervolgens de deur uitgezet.
Overwegende echter dat de binnenshuis aangedane mishandelingen door geen der overige getuigen zijn waargenomen, en slechts door de eedelijke verklaring dier getuigen is bevestigd de laatste opgave der klagersche, dat zij door de beklaagden uit hunne woning is gezet, welke omstandigheid door hen ook nimmer ontkend.
Overwegende dat daar de onbeedigde verklaring klagersche slechts tot des Regters inlichting en niet tot bewijs kan strekken der schuld van de beklaagden aan den mishandelingenm, welke zij heeft beweerd van hen te hebben ondervonden, het wettig bewijs zoowel de daadzaak der mishandeling alsmede de schuld der beklaagden alzoo op dien grond daarvan behooren te worden vrijgesproken.
Gezien artikel 210 en 234 van het wetboek van strafvordering.
Regtdoende in naam en van wege den Koning verklaard dat de schuld van de beklaagden, Jan Willem Meijberg, Willemina Baron desselfs huisvrouw en Hein Meijberg, zoon van de beide eerstgenoemden aan het hun ten laste gelegde moedwillig toebrengen van de slagen en mishandelingen aan Hermina Stal, huisvrouw van Piet Meijberg, in hunne woning te Kampen, den tweeentwintigsten februarij laastsleden is onbewezen en spreekt hen mitsdien vrij van de ter zake bij acte van dagvaarding tegen hen ingebragte klagte.
Aldus gedaan en gewezen Regtbak voornopemd, en openlijk in tegenwoordigheid van het Openbaar Ministerie uitgesproken op den eersten april achttienhonderd zevenenveertig bij de Heeren en Meesters Baron van Haersolte van den Doorn president Baron Bentinck en van Sandick Regters, die met den Substituut Griffier deze hebben onderteekend. 
Baron Willemina (I6081)
 
381 In naam des Konings!
De Arrondissements regtbank zitting houdende te Zwolle, Hoofdplaats van de provincie Overijssel, (Correctionele Teregtzitting).
in zake van:
Den Heer Officier van Justitie bij dezelve R. O. Eischer:
tegen
Jan Willem Meijberg, oud 56 jaren van beroep trijpwever geboren te Kampen.
Willemina Baron, huisvrouw van Jan Willem Meijberg, oud 55 jaren, zonder beroep geboren te IJsselmuiden. en
Hein Meijberg oud 15 jaren zonder beroep, geboren te Kampen.
Alle wonende te Kampen.
Beklaagden ter zake van op den tweeentwintigsten februarij laatstleden, in de woning van eerstgenoemde te Kampen, moedwillig slagen en mishanbdelingen te hebben toegebragt aan Hermina Stal vrouw van Piet Meijberg.
blijkens acte van dagvaarding den achtsten maart daaraanvolgende aan hen beteekend.
GEHOORD de voordragt door den Heer Substituut Officier van de zaak gedaan.
GEHOORD de voorlezing van het procesverbaal, op den drieentwintigsten februarij laatstleden, ter dezer zake opgemaakt door den Commissaris van Policie te Kampen.
GEHOORD de mondelinge verklaringen der getuigen, door den Heer Eischer R.O. voorgebragt.
GEHOORD de beklaagden in hunne op deze depositien gegevene antwoorden.
GEHOORD het resumé van den Heer Substituut Officier, en gelet op deszelfs requisitoir, ter tafel overgelegd, strekkende daartoe, dat de beklaagden zullen worden schuldig verklaard aan het hun ten laste gelegde wanbedrijf en ter dier zake op grond van artikel 311 (1lid) art. 66, 67 en 69 van het wetboek van strafregt, veroordeeld de beide eersten ieder tot een gevangenisstraf voor den tijd van ééne maand en in eene geldboete van acht gulden en de laatste tot eene gevangenisstraf voor den tijd van acht dagen zoomede beide solidair in de boete en in de kosten van dit regtsgeding, des noods invorderbaar bij lijfsdwang.
Gehoord de door de beklaagden ingebragte verdediging.
Overwegende dat het uit de onbeedigde verklaring van de klaagster is gebleken dat zij op den tweeentwintigsten februarij laatstleden, zich naar de wonig van haar schoonouders, de beide eerste beklaagden te Kampen heeft begeven, bij welke haar man die de gemeenschappelijke woning verlaten had, zijn intrek had genomen, en dat na eenige woordenwisseling, gemelde hare schoonouders zoomede haar schoonbroeder de derde beklaagde, haar aldaar hebben aangevallen, geslagen en mishandeld en vervolgens de deur uitgezet.
Overwegende echter dat de binnenshuis aangedane mishandelingen door geen der overige getuigen zijn waargenomen, en slechts door de eedelijke verklaring dier getuigen is bevestigd de laatste opgave der klagersche, dat zij door de beklaagden uit hunne woning is gezet, welke omstandigheid door hen ook nimmer ontkend.
Overwegende dat daar de onbeedigde verklaring klagersche slechts tot des Regters inlichting en niet tot bewijs kan strekken der schuld van de beklaagden aan den mishandelingenm, welke zij heeft beweerd van hen te hebben ondervonden, het wettig bewijs zoowel de daadzaak der mishandeling alsmede de schuld der beklaagden alzoo op dien grond daarvan behooren te worden vrijgesproken.
Gezien artikel 210 en 234 van het wetboek van strafvordering.
Regtdoende in naam en van wege den Koning verklaard dat de schuld van de beklaagden, Jan Willem Meijberg, Willemina Baron desselfs huisvrouw en Hein Meijberg, zoon van de beide eerstgenoemden aan het hun ten laste gelegde moedwillig toebrengen van de slagen en mishandelingen aan Hermina Stal, huisvrouw van Piet Meijberg, in hunne woning te Kampen, den tweeentwintigsten februarij laastsleden is onbewezen en spreekt hen mitsdien vrij van de ter zake bij acte van dagvaarding tegen hen ingebragte klagte.
Aldus gedaan en gewezen Regtbak voornopemd, en openlijk in tegenwoordigheid van het Openbaar Ministerie uitgesproken op den eersten april achttienhonderd zevenenveertig bij de Heeren en Meesters Baron van Haersolte van den Doorn president Baron Bentinck en van Sandick Regters, die met den Substituut Griffier deze hebben onderteekend. 
Meijberg Jan Willem (I6519)
 
382 In naam des Konings!
De Arrondissements regtbank zitting houdende te Zwolle, Hoofdplaats van de provincie Overijssel, (Correctionele Teregtzitting).
in zake van:
Den Heer Officier van Justitie bij dezelve R. O. Eischer:
tegen
Jan Willem Meijberg, oud 56 jaren van beroep trijpwever geboren te Kampen.
Willemina Baron, huisvrouw van Jan Willem Meijberg, oud 55 jaren, zonder beroep geboren te IJsselmuiden. en
Hein Meijberg oud 15 jaren zonder beroep, geboren te Kampen.
Alle wonende te Kampen.
Beklaagden ter zake van op den tweeentwintigsten februarij laatstleden, in de woning van eerstgenoemde te Kampen, moedwillig slagen en mishanbdelingen te hebben toegebragt aan Hermina Stal vrouw van Piet Meijberg.
blijkens acte van dagvaarding den achtsten maart daaraanvolgende aan hen beteekend.
GEHOORD de voordragt door den Heer Substituut Officier van de zaak gedaan.
GEHOORD de voorlezing van het procesverbaal, op den drieentwintigsten februarij laatstleden, ter dezer zake opgemaakt door den Commissaris van Policie te Kampen.
GEHOORD de mondelinge verklaringen der getuigen, door den Heer Eischer R.O. voorgebragt.
GEHOORD de beklaagden in hunne op deze depositien gegevene antwoorden.
GEHOORD het resumé van den Heer Substituut Officier, en gelet op deszelfs requisitoir, ter tafel overgelegd, strekkende daartoe, dat de beklaagden zullen worden schuldig verklaard aan het hun ten laste gelegde wanbedrijf en ter dier zake op grond van artikel 311 (1lid) art. 66, 67 en 69 van het wetboek van strafregt, veroordeeld de beide eersten ieder tot een gevangenisstraf voor den tijd van ééne maand en in eene geldboete van acht gulden en de laatste tot eene gevangenisstraf voor den tijd van acht dagen zoomede beide solidair in de boete en in de kosten van dit regtsgeding, des noods invorderbaar bij lijfsdwang.
Gehoord de door de beklaagden ingebragte verdediging.
Overwegende dat het uit de onbeedigde verklaring van de klaagster is gebleken dat zij op den tweeentwintigsten februarij laatstleden, zich naar de wonig van haar schoonouders, de beide eerste beklaagden te Kampen heeft begeven, bij welke haar man die de gemeenschappelijke woning verlaten had, zijn intrek had genomen, en dat na eenige woordenwisseling, gemelde hare schoonouders zoomede haar schoonbroeder de derde beklaagde, haar aldaar hebben aangevallen, geslagen en mishandeld en vervolgens de deur uitgezet.
Overwegende echter dat de binnenshuis aangedane mishandelingen door geen der overige getuigen zijn waargenomen, en slechts door de eedelijke verklaring dier getuigen is bevestigd de laatste opgave der klagersche, dat zij door de beklaagden uit hunne woning is gezet, welke omstandigheid door hen ook nimmer ontkend.
Overwegende dat daar de onbeedigde verklaring klagersche slechts tot des Regters inlichting en niet tot bewijs kan strekken der schuld van de beklaagden aan den mishandelingenm, welke zij heeft beweerd van hen te hebben ondervonden, het wettig bewijs zoowel de daadzaak der mishandeling alsmede de schuld der beklaagden alzoo op dien grond daarvan behooren te worden vrijgesproken.
Gezien artikel 210 en 234 van het wetboek van strafvordering.
Regtdoende in naam en van wege den Koning verklaard dat de schuld van de beklaagden, Jan Willem Meijberg, Willemina Baron desselfs huisvrouw en Hein Meijberg, zoon van de beide eerstgenoemden aan het hun ten laste gelegde moedwillig toebrengen van de slagen en mishandelingen aan Hermina Stal, huisvrouw van Piet Meijberg, in hunne woning te Kampen, den tweeentwintigsten februarij laastsleden is onbewezen en spreekt hen mitsdien vrij van de ter zake bij acte van dagvaarding tegen hen ingebragte klagte.
Aldus gedaan en gewezen Regtbak voornopemd, en openlijk in tegenwoordigheid van het Openbaar Ministerie uitgesproken op den eersten april achttienhonderd zevenenveertig bij de Heeren en Meesters Baron van Haersolte van den Doorn president Baron Bentinck en van Sandick Regters, die met den Substituut Griffier deze hebben onderteekend. 
Meijberg Hendrik (I6910)
 
383 In oktober 1899 is dit gewijzigd naar nr. 47 wijk C. De vorige woonplaats was Kampen Meijberg Pieter (I7425)
 
384 Informatie gevonden op pagina 19: https://www.kampen-notarieel.nl/images/Notarieel/564a.pdf
inv. nr: I-564a akte nr: 108 datum: 23-03-1813 notaris: Mr G. J. van Wijhe
soort akte: Transport van onroerend goed
onr. goed: Huis en where
locatie: Kampen, Botervatsteeg, wijk 4 nummer 231 en 232
comparanten:naam Berghuis, Jacob
functie: Verkoper
beroep/woonpl: Koopman te Kampen
naam: Mijberg, Jan Willem
functie: Koper
beroep/woonpl: Metselaar te Kampen
samenvatting :Comparant verklaart verkocht te hebben aan Jan Willem Mijberg een huis in de Botervatsteeg voor een bedrag van ƒ100. 
Meijberg Jan Willem (I6519)
 
385 Informatie van familie Serlijn zie: http://home.planet.nl/~rovagink/ Serlijn Izaac Gijsbertus (I8959)
 
386 Ingeschreven als Gerhardus Makkinga Klein. Ouders worden niet vermeld, akte is in het frans. Vermeld echter als adres: dans la maison de son grandpere rue de Walstraat no.94. Grootvader Jurriaan Klein en grootmoeder Hendrina Makkinga wonen in Zwolle. Klijn Gerhardus (I11544)
 
387 Ingeschreven als Hermiena van Tol.
Op 27 juni 1822 is het kind bij het aangaan van het huwelijk met Jannes Willems Stal als wettig aangenomen. 
Stal Hermiena (I6811)
 
388 Ingeschreven onder lotingsnummer 7 Broekhuizen Berend (I7110)
 
389 Inschrijvingsregister Smilde
Lotingnummer 1 
Briene Jan (I8348)
 
390 inv. nr: I-564a
akte nr: 89
datum: 13-02-1813
notaris: Mr G. J. van Wijhe
soort akte: Transport van onroerend goed
onr. goed: Huis en where
locatie: Kampen, Vloeddijk, wijk 4 nummer 39

comparanten
naam: Claas van Oosten, verkoper, turfmeester te Kampen
naam: Cornelia van Dijk, verkoopster, Kampen, echtgenote van verkoper
naam: Peter Westerhuis, koper, schipper te Kampen
naam: Femmigje Herms Wubbe, koopster, echtgenote van koper

samenvatting
Comparanten verklaren verkocht te hebben aan Peter Westerhuis en diens echtgenote een huis op de Vloeddijk voor een bedrag van ƒ190, betaalbaar in termijnen.

NB. koper en verkoopster zeggen niet te kunnen schrijven.
http://www.kampennotarieel.nl/I-564a.htm 
Westerhuijs Peter Klaas (I3851)
 
391 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Levend (I7708)
 
392 invnr 6
f5 - Actum Heino, 16 dec 1738 - Hendr. Muntz, Scholtus tot Heino.
Keurnoten Hendrikx Willems Meijbergh en Rense Hoekers Krajenschot

f23 - Heino, 25 sep 1741 - Hendr. Muntz, Scholtus van Heino.
Keurnoten Willem Klasen en Frederik Berents.
Verschenen zijn Teunis Geerligs, de rato caverende voor zijn huisvrouw Fennegien Hendrikx, verder Teunis Jansen, voor hem zelf en mede de rato caverende voor zijn huisvrouw Zwantjen [Zwaantjen]Geerligs, en dan nog Maria Geerligs op den Meijbergh, zij hierbij geassisteerd door haar zoon Hendrik Willems Meuleman als haar momber. Zij verklaren tesamen voor een betaalde koopsom aan Geerligh Alberts en diens huisvrouw Teunissien Jansen te hebben verkocht, gecedeerd en overgedragen te hebben 3/4 morgen hooiland in het Douwelerslag in een kamp van 7 morgen, gelegen in het Lierderbroek in het kerspel Heino, grenzende aan de noordzijde aan de Mettelhorst [Nettelhorst] en aan de zuidzijde aan de Mietenkamp, dit alles met de oude en nieuwe rechten en gerechtigheden, raad en onraad. Genoemde 3/4 morgen is door de comparanten van hun ouders geërfd.

f151 - Heijno, 4 juni 1755 - Wilhelmus van Langen, Verwalter Scholtus
van Heijno.
Keurnoten Gerrit Kortenhorst en Wilm van Eerde.
Verschenen zijn Hendrik Wilms Moleman en zijn vrouw [niet genoemd], marito tutore, en Evert Wilms. Zij hebben een hypotheek van 600 gulden verkregen van de Eerwaarde Heer Theodorus Henrijkus Erkelens. De rente is 3 procent en de eerste verschijndagis 2 juni 1756. Onderpand is hun plaats den Meijberg, gelegen onder dit Gericht in het Lierderbroek. Dit zoals zij van de weduwe Brandenburg hebben aangekocht en op 2 juni 1755 aan hen is getransporteerd en overgedragen. 
Meijbergh Hendrick (I5813)
 
393 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Levend (I12364)
 
394 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Levend (I12364)
 
395 Inwonend bij dochter Aletta Meijberg en Jan van Dijk Schuurhuis Aaltje (I5670)
 
396 Is verhuisd naar Amsterdam op 01-12-1886
Verhuisd 1909 naar Rotterdam, komt in 1913 weer naar Amsterdam.
Verhuisd 1935 naar Rotterdam. 
Meijberg Egberdina (I7359)
 
397 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Levend (I5969)
 
398 Is waarschijnlijk hertrouwd met een M. van de Berg zie bedankje na het overlijden van haar schoonvader Willem Busser. Iedema Jantje (I12739)
 
399 IV 25 maart 1847
N. 2627 der Rolle
Inzake van:
Denzelfden Heer Eischer R(atione). O(fficcii). [betekenis: uit hoofde van zijn ambt]
Cª[contra]
1) Jan Willem Meijberg
2) Willemina Baron
3) Hein Meijberg

De beklaagden zeggen genaamd te zijn: de eerste Jan Willem Meijberg,oud 56 jaren, trijpwever, geboren en wonende te Kampen
De tweede Willemina Baron huisvrouw van Jan Willem Meijberg, oud 55 jaren, zonder beroep geboren te IJsselmuiden, wonende te Kampen.
De derder Hein Meijberg, oud 15 jaren, trijpwever, geboren en wonende te Kampen.
De S(ubstituut). Officier draagt de zaak voor, vraagt voorlezing van het procesverbaal, en het hooren van getuigen.
De voorlezing geschiedt bij monde van den S(ubstituut). Griffier.
De getuigen zijn verschenen en verwijderen zich op last van den president naar het daartoe bestemde locaal met uitzondering van de eerste die binnen blijft de belofte aflegt van de geheele waarheid en niets dan de waarheid te zullen zeggen en zegt genaamd te zijn, Hermina Stal huisvrouw van Pieter Meijberg, oud 26 jarem, thuiswerkster wonende te Kampen zijnde de beide eerste beklaagden hare schoonouders, en de derde haar schoonbroeder, deponerende in substantie, zonder eedaflegging; dat zij te huize van hare schoonouders op den 22 februarij l.l. haren man die haar verlaten had, heeft opgezocht en hem gezegd dat de commissaris van policie haar had gezegd, dat hij haar moest ontvangen en onderhouden. Dat hij toen dadelijk zeide: gij liegt beest, de commissaris zit niet voor u. Dat haar man toee het huis verlaten heeft, dat de beklaagden haar toen hebben aangepakt en geslagen; en haar de deur hebben uitgezet, zoodat haar kind haar is ontvallen; en zij toen door menschen die er aankwamen ontzet is geworden.
Beklaagden gehoord ontkennen.
De tweede getuige staat binnen, wordt beeedigt en zegt genaamd te zijn Jannes Willem Stal, oud 48 jaren schipper, wonende te Kampen, beklaagden bekend, onverwand en tot hem in geene dienstbetrekking te staan, deponerende in substantie, dat op den 22 februarij l.l. zijn dochter Hermina Stal, huisvrouw van Piet Meijberg hem is komen klagen dat haar man haar verlaten had, zonder zich met haar te bemoeijen; dat hij toen naar den commissaris van policie is gegaan, die zeide dat hij haar moest ontvangen, dat zijn dochter in dien avond toen naar het huis van hare schoonouders is gegaan, ten einde haar man op te zoeken, en dat hij in de nabijheidvan het huis zijnde, zag, dat de drie beklaagden zijne dochter uit het huis hadden gestoten, zonder dat hij weet, dat zij geslagen is.
Beklaagden gehoord, ontkennen geslagen te hebben, maar zeggen dat de klaagster wel uit het huis hebben gedrongen.
De derde getuige staat binnen, legt den eed af van de geheele waarheid en niets dan de waarheid te zullen zeggen en zegt genaamd te zijn Cornelis Hollander oud 28 jaren schipper, wonende te Kampen, beklaagden bekend, onverwand, en tot hem in geene dienstbetrekking te staan; deponerende in substantie, dat hij op den 22 februarij l.l. in de nabijheid van het huis beklaagde, moord heeft hooren roepen, wanneer hij zag, dat de beklaagde de beklagersche uit het huis stiet, en zulks op eene vrije onzachte wijze.
Beklaagden gehoord.
De vierde getuige staat binnen, legt den eed af van de geheele waarheid en niets dan de waarheid te zullen zeggen, en zegt genaamd te zijn Hendrikus Johannes Plantzius, schippersknecht, wonende te Kampen beklaagden bekend, onverwand, en tot hem geene dienstbetrekking te staan; deponerende in substantie, dat op den 22 februarij l.l. hij moord heeft hooren roepen, en daarop afkomende zag, dat de drie beklaagden, klagersche bij den arm hadden gepakt en buiten de deur gestoten.
Beklaagden gehoord, ontkennen.
De S(ubstituut). Officier zet de zaak uiteen en requireert alsbij schriftelijk requisitoir ter tafel gelegd.
Beklaagden nader gehoord.
De Regtbank bepaalt de uitspraak van het vonnis in deze zaak. 
Baron Willemina (I6081)
 
400 IV 25 maart 1847
N. 2627 der Rolle
Inzake van:
Denzelfden Heer Eischer R(atione). O(fficcii). [betekenis: uit hoofde van zijn ambt]
Cª[contra]
1) Jan Willem Meijberg
2) Willemina Baron
3) Hein Meijberg

De beklaagden zeggen genaamd te zijn: de eerste Jan Willem Meijberg,oud 56 jaren, trijpwever, geboren en wonende te Kampen
De tweede Willemina Baron huisvrouw van Jan Willem Meijberg, oud 55 jaren, zonder beroep geboren te IJsselmuiden, wonende te Kampen.
De derder Hein Meijberg, oud 15 jaren, trijpwever, geboren en wonende te Kampen.
De S(ubstituut). Officier draagt de zaak voor, vraagt voorlezing van het procesverbaal, en het hooren van getuigen.
De voorlezing geschiedt bij monde van den S(ubstituut). Griffier.
De getuigen zijn verschenen en verwijderen zich op last van den president naar het daartoe bestemde locaal met uitzondering van de eerste die binnen blijft de belofte aflegt van de geheele waarheid en niets dan de waarheid te zullen zeggen en zegt genaamd te zijn, Hermina Stal huisvrouw van Pieter Meijberg, oud 26 jarem, thuiswerkster wonende te Kampen zijnde de beide eerste beklaagden hare schoonouders, en de derde haar schoonbroeder, deponerende in substantie, zonder eedaflegging; dat zij te huize van hare schoonouders op den 22 februarij l.l. haren man die haar verlaten had, heeft opgezocht en hem gezegd dat de commissaris van policie haar had gezegd, dat hij haar moest ontvangen en onderhouden. Dat hij toen dadelijk zeide: gij liegt beest, de commissaris zit niet voor u. Dat haar man toee het huis verlaten heeft, dat de beklaagden haar toen hebben aangepakt en geslagen; en haar de deur hebben uitgezet, zoodat haar kind haar is ontvallen; en zij toen door menschen die er aankwamen ontzet is geworden.
Beklaagden gehoord ontkennen.
De tweede getuige staat binnen, wordt beeedigt en zegt genaamd te zijn Jannes Willem Stal, oud 48 jaren schipper, wonende te Kampen, beklaagden bekend, onverwand en tot hem in geene dienstbetrekking te staan, deponerende in substantie, dat op den 22 februarij l.l. zijn dochter Hermina Stal, huisvrouw van Piet Meijberg hem is komen klagen dat haar man haar verlaten had, zonder zich met haar te bemoeijen; dat hij toen naar den commissaris van policie is gegaan, die zeide dat hij haar moest ontvangen, dat zijn dochter in dien avond toen naar het huis van hare schoonouders is gegaan, ten einde haar man op te zoeken, en dat hij in de nabijheidvan het huis zijnde, zag, dat de drie beklaagden zijne dochter uit het huis hadden gestoten, zonder dat hij weet, dat zij geslagen is.
Beklaagden gehoord, ontkennen geslagen te hebben, maar zeggen dat de klaagster wel uit het huis hebben gedrongen.
De derde getuige staat binnen, legt den eed af van de geheele waarheid en niets dan de waarheid te zullen zeggen en zegt genaamd te zijn Cornelis Hollander oud 28 jaren schipper, wonende te Kampen, beklaagden bekend, onverwand, en tot hem in geene dienstbetrekking te staan; deponerende in substantie, dat hij op den 22 februarij l.l. in de nabijheid van het huis beklaagde, moord heeft hooren roepen, wanneer hij zag, dat de beklaagde de beklagersche uit het huis stiet, en zulks op eene vrije onzachte wijze.
Beklaagden gehoord.
De vierde getuige staat binnen, legt den eed af van de geheele waarheid en niets dan de waarheid te zullen zeggen, en zegt genaamd te zijn Hendrikus Johannes Plantzius, schippersknecht, wonende te Kampen beklaagden bekend, onverwand, en tot hem geene dienstbetrekking te staan; deponerende in substantie, dat op den 22 februarij l.l. hij moord heeft hooren roepen, en daarop afkomende zag, dat de drie beklaagden, klagersche bij den arm hadden gepakt en buiten de deur gestoten.
Beklaagden gehoord, ontkennen.
De S(ubstituut). Officier zet de zaak uiteen en requireert alsbij schriftelijk requisitoir ter tafel gelegd.
Beklaagden nader gehoord.
De Regtbank bepaalt de uitspraak van het vonnis in deze zaak. 
Meijberg Jan Willem (I6519)
 

      «Vorige «1 ... 4 5 6 7 8 9 10 11 12 ... 13» Volgende»


Bericht Beheerder

Als je iets wil toevoegen aan de website, een document,een foto of gegevens. Laat het mij weten door contact op te nemen.